Interviews

Nine Sisters

Interview-700x329

 Aiya’s Strijd werd dit jaar 2e tijdens de Hebban Fantasy Award. Dat  betekent  dat het boek bijna de beste Fantasy van Nederlandse bodem  is. Patricia  heeft ook enorm genoten van het boek en de recensie kun  je hier vinden.

 Wij spraken met auteur, Jolien Tonnon, over het winnen van deze 2e  prijs en uiteraard over Aiya’s Strijd.

Jolien is opgegroeid in Heemskerk en verhuisde voor haar studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies naar Nijmegen waar ze is blijven wonen met haar vriend en twee katten in een knus appartement. Wel verlangt ze – samen met haar twee katten – naar een tuin om in te spelen.
Na haar studie deed ze een opleiding Levens- en loopbaancoach en werkte ze o.a. als coach in het onderwijs en met vluchtelingen.

“In die periode voelde ik steeds duidelijker dat ik eigenlijk wilde schrijven. Als iets mij raakt vertaal ik dat graag op een creatieve manier. Ik dans graag en om mijn hoofd leeg te maken, loop ik vaak (hard) in de bossen. Ik probeer, zonder al te veel resultaat, de wereld en mezelf te begrijpen. In het schrijven vind ik een rust, die ik eerder niet kende en die voelt als een bestemming.“

jt Wauw, je debuut Aiya’s Strijd is tweede geworden tijdens de Hebban  Fantasy Awards 2014!! Hoe voelt dit voor jou?

“Fantastisch natuurlijk! Het is heel erg fijn te weten dat zoveel mensen op  Aiya’s Strijd hebben gestemd. Ik begon aan Aiya’s Strijd omdat ik het  verhaal wilde vertellen. Het moest er, bij wijze van spreken, uit.  Terwijl ik  aan het schrijven was, voelde ik dat ik ervaringen uit het verleden aan het  verwerken was en ik had geen rust voor ik het verhaal had opgeschreven.  Een vriend van mij vroeg mij ooit of ik ook zou schrijven als niemand het zou  lezen. Natuurlijk zou ik dat doen, dat heb ik eigenlijk tot voor mijn debuut  steeds gedaan, maar ik kan niet ontkennen dat het geweldig is om te weten  dat je gelezen wordt. En het winnen van de tweede prijs zegt dan ook nog  eens dat het gewaardeerd wordt.  Dat is zo’n goed gevoel!”

 

De strijd tussen een inheemse bevolkingsgroep in Zuid-Amerika en de Zuid-Amerikaanse overheid heeft voor inspiratie gezorgd voor Aiya’s Strijd. Op welke manier en wat heb je daarvoor gebruikt voor jouw verhaal?

“Ik wilde vooral laten zien dat een conflict, élk conflict, meerdere kanten heeft en dat het kantelpunt tot geweld is wanneer je de ander niet meer als medemens, maar als vijand ziet. Met Aiya’s Strijd heb ik als het ware het omgekeerde gedaan, ik heb de vijand menselijk willen maken. Het Zuid-Amerikaanse continent is een fascinerend continent met een geschiedenis van dictatuur en onderdrukking in het recente verleden. De dictatuur is voorbij, maar daarmee is die nog niet uit het collectieve geheugen verdwenen. Soms staan slachtoffers en daders letterlijk naast elkaar in de rij bij de bakker. Dan is de spanning nog voelbaar en toch moeten ze samen verder. Ik heb verhalen van de vreselijkste martelingen gehoord van de slachtoffers zelf, en er zijn er tallozen die het niet meer kunnen navertellen. Ook de inheemse bevolking was veelvuldig slachtoffer van de dictatuur. Er zit veel frustratie bij het kleine elitaire deel van die groep, die bereid is te vechten voor hun landrechten en flirten met groeperingen als de Zapatistas en de Farc en zo dreigen ze zich in een nieuw conflict te storten. Tegelijkertijd hebben ze wel een goede reden; hun voorouderlijke grond wordt hen ontnomen en er is juridisch niet veel wat ze er tegen kunnen doen. Het overgrote deel van de bevolking is overigens voornamelijk bezig met overleven. Er is lang niet altijd voldoende te eten en hoewel ze hun land willen behouden, zijn ze veel gelatener over de situatie. De overheid ziet hen echter als mogelijke terroristen en dat maakt overleg juist zo ingewikkeld.

Voordat ik begon met schrijven dacht ik niet, nu ga ik mijn ervaringen uit Zuid-Amerika omschrijven naar een fantasy verhaal. Wel ontdekte ik tijdens het schrijven dat Zuid-Amerika een belangrijke rol speelde. Aiya is een rebellen meisje, een vrijheidsstrijder. Ze vecht voor de, in haar ogen, goede zaak. Het is niet toevallig dat ze uit de bergen komt en dat het ‘establishment’ bereid is tot vreselijke martelingen.

Ook de condor, die de doden naar het volgende leven begeleid, is niet toevallig gekozen. De condor staat aan de ene kant symbool voor alles overstijgende liefde. Condors vormen een paar voor het leven, en als de een sterft, vliegt de ander zich te pletter. Tegelijkertijd maakte ‘operatie condor’ ten tijde van de dictaturen, het mogelijk om ‘tegenstanders’ over de grenzen heen uit te leveren. Dit is dus geen eenduidig symbool, maar heeft zowel een positieve, als een negatieve connotatie.

Aiya’s Strijd gaat ook over een loyaliteitsconflict en het heruitvinden van jezelf en je ideeën.

”Tijdens mijn verblijf werd me gevraagd mee te doen in hun vrijheidsstrijd. Natuurlijk sympathiseerde ik met ze en wilde ik ze graag helpen, maar ik wist niet zo goed hoe en het was uiteindelijk niet mijn strijd, niet mijn conflict. De waarheid is misschien dat ik er ook gewoon te bang voor was en bovendien twijfelde ik of ik er wel voldoende achterstond en er voldoende kennis van had om een mening te vormen. Het antwoord was nee. Ik vond mijn eigen kennis niet toereikend. Bovendien had ik het idee dat de overheid steeds meer bereid was tot toenadering. Ik ging weer terug naar Nederland om mijn scriptie te schrijven en mijn eigen veilige leven verder te leven. Nadat ik twee maanden terug was, werd mijn sleutelinformant vermoord. Kennelijk had ik de situatie onderschat. Ik heb het daar wel heel moeilijk mee gehad, ik had het gevoel dat ik ze liet zitten en voelde me schuldig. Die gevoelens zijn Aiya ook niet vreemd en dat is niet voor niets.”

jolien @ HFA(foto: Jeff Cook)

Aiya is een echte doorzetter en heeft hele erge sterke eigenschappen. Lijkt zij op een of andere manier op jou? En hoe zit dat met de karaktereigenschappen van de andere personages?

“Natuurlijk lijkt ze tot op zekere hoogte op mij. Ik denk dat alle (hoofd)personages altijd iets van de  auteur hebben. Je bent zo lang en zo intensief met elkaar verbonden dat het, denk ik, niet anders kan. Je moet er haast wel iets van jezelf instoppen. Aiya is veel stoerder dan dat ik ben, maar ze twijfelt ook enorm en wil graag het goede doen en daarbij zoekt ze naar haar plaats in de wereld en heeft ze een enorme drang om vrij te zijn met een hunkering naar verbondenheid. Die laatste dingen heb ik zelf ook. Maar het meest lijkt ze waarschijnlijk op mij in de subtiele dingen. Steeds als ze iets meemaakte stelde ik me voor hoe ik daarop zou reageren, hoe ik dan zou kijken en bewegen. Natuurlijk geldt dat ook voor de andere personages, maar voor hen heb ik, misschien nog meer dan voor Aiya, om me heen gekeken naar hoe andere mensen reageerden op gebeurtenissen.”

De lezers van Nederland zijn nog niet helemaal overtuigd dat Nederlandse schrijvers ook goede fantasyboeken kunnen neerzetten. Waar denk je dat dit aan ligt?

“Ik hoor heel vaak van lezers dat ze verbaasd zijn dat Aiya’s Strijd zo lekker leest, dat de emoties en gebeurtenissen zo indringend overkomen en dat ze dat alleen kennen van Engelstalige (fantasy) boeken. Het is waarschijnlijk deels cultureel bepaald. Het Engels is een rijkere taal, met zo’n 10.000 woorden meer om mooie zinnen mee te maken, en daarmee ook subtieler. Daarbij is fantasy veel meer ingebed in de Engelse/Noord-Amerikaanse cultuur en als die ons  bereikt is dat vaak via films en series, die ook weer in het Engels zijn. Daarbij willen wij een herkenbare wereld. Misschien hebben we ook wel minder fantasie of durven we dat minder uit te spreken. Ik denk dat het deels door onze Calvinistische achtergrond komt. In het Engelse taalgebied is dat anders, daar wordt fantasy wel degelijk als literatuur gezien. Niemand hoeft daar overtuigd te worden dat het werk van Tolkien literatuur is.

Om dat te veranderen is  vanuit het lezerspubliek een omslag nodig. Veel jonge mensen willen alleen Engelstalige fantasy lezen. Soms hoor ik wel eens mensen vragen wanneer mijn boek vertaald wordt zodat ze het in het Engels kunnen lezen: er wordt dan vaak vergeten dat Nederlands in dit geval de oorspronkelijke taal is. Ik kan me ook voorstellen dat het juist bij fantasy lekker is om dat niet in je eigen taal te lezen, zodat er nog een extra laagje vervreemding bij komt. Veruit de meeste fantasyboeken zijn Engelstalig en veel lezers beheersen die taal goed. Ik lees Engelse boeken ook het liefst in de oorspronkelijke taal, omdat ik bang ben dat er bij de vertaling te veel verloren gaat. Een deel ligt ook bij de auteurs. De kunst is, denk ik, om ook in het Nederlands een rijke belevingswereld neer te zetten. Daarbij zijn veel Nederlandse auteurs wat terughoudend en bescheiden en daarmee verkoop je je boeken helaas niet in het buitenland. Ik merk dat zelf ook, ik vind het nog steeds raar om mijn eigen boek te verkopen, het is niet in mijn ‘comfort zone’ en ik word er vaak nog een beetje ongemakkelijk van. Als  de lezers me niet steeds opnieuw zouden vertellen hoe mooi ze Aiya’s Strijd vinden, zou ik dat denk ik niet kunnen. Gelukkig hebben we wel een aantal auteurs die goed verkopen, Thomas Olde Heuvelt is daar denk ik het grootste voorbeeld van. Nu Hex is verkocht aan Warner Bross zullen veel meer mensen het gaan lezen en zo komt het weer terug naar Nederland. Als meer schrijvers in het buitenland bekend worden zullen ze ook meer kans maken op de Nederlandse markt. Ik hoorde pas dat Tonke Dragts, Brief aan de koning, pas nu, 52 jaar na de eerste druk, vertaald zal worden in het Engels. Dat had al veel eerder moeten gebeuren. Ze zal dit wel niet lezen, maar mocht ze dat onverhoopt toch doen, dan wil ik haar daar van harte mee feliciteren en ik hoop dat ze er nog lang van mag genieten.”

Jolien en Prijs(foto: Jeff Cook)

Kun je ons vertellen hoe jouw schrijfproces eruit ziet? Hoe ga je te werk?

“Meestal begint het met een idee, een gevoel, een thema of een scene, die zich als een vastgelopen langspeelplaat steeds weer herhaalt in mijn hoofd. Dat begint meestal in de vroege ochtend, als ik nog in een halfslaap verkeer en me nog een keertje omdraai. Het gaat pas over als ik het opgeschreven heb, dan is het eruit en kan ik verder. Soms schrijf in intensieve bijna maniakale periodes waarin ik bijna door het schrijven wordt opgeslokt en alles om mij heen vergeet. Dan weer schrijf ik weken niet. Hoewel het soms voelt alsof ik weinig invloed heb op wat ik om dat moment moet schrijven, probeer ik me steeds af te vragen of de dramatische kracht van mijn stuk overeind blijft.”

Tot slot: welke boodschap wil je aan ons/de lezers meegeven?

“Lees ook Nederlandstalige boeken, laat je verassen door hun zeggingskracht en vertel het anderen als je door een boek bent gegrepen. Post erover op facebook/twitter e.d.  Veel auteurs vinden het leuk om te horen wat je van hun boek vind. In tegenstelling tot veel grote Engelstalige auteurs, kunnen maar weinig Nederlandse schrijvers leven van de verkoop van hun boeken, al zouden ze dat graag willen. Ik vind het belangrijk dat onze boeken gelezen worden. Ik leen zelf soms ook boeken van mijn vrienden en ik leen zelf ook boeken uit. Daar hebben de auteurs natuurlijk helemaal niets aan, ze krijgen niet eens de bibliotheek registratie, maar ze worden wel gelezen. Natuurlijk heb ik het liefst dat je Aiya’s Strijd koopt, leest en of cadeau doet, maar als je niet in die mogelijkheid bent, leen het dan van iemand, of uit de bieb. Want dat is toch uiteindelijk de droom van elke auteur, door zoveel mogelijk mensen gelezen worden.”

Aiya met prijs(foto: Jeff Cook)

 

HEBBAN    AIYA’S STRIJD, BOEK VAN DE WEEK

HEBBAN interviewde mij over het winnen van de tweede plaats, over Aiya’s Strijd, waar ik mijn inspiratie     vandaan haal en welke boeken ik zelf eigenlijk graag lees:

Zondag 26 oktober werden de Hebban Fantasy Awards voor de allereerste keer uitgereikt. Duizenden mensen hebben gestemd op hun favoriete boeken. Bibberend en tegelijkertijd glunderend zaten de genomineerden op de eerste rijen in de Grote Zaal van het Stadstheater in Zoetermeer. Jolien Tonnon werd met haar debuut Aiya’s Strijd 2e. Een hele prestatie. Is ze alweer op aarde beland?

Hoe was het verloop van deze verkiezingen voor jou? Van Longlist, naar shortlist, naar dat podium en uiteindelijk de 2e plek?
Heel spannend, een beetje het gevoel van een achtbaan. Ik heb de nominatie meteen op facebook geplaatst en voor ik het wist belde de Nijmeegse tv, N1, en stond het in de lokale krant. Bij het bekendmaken van de shortlist heb ik een rondje door de kamer gedanst van pure vreugde en opluchting. Het is zo bijzonder als mensen op jouw boek stemmen, ook mensen die ik niet persoonlijk ken. Het was een explosie van vreugde en tegelijkertijd ook van zenuwen, want opeens werd het echt. Ik heb zondag met bonkend hart naar de top 10 op het scherm gekeken.

Vertel eens wat er door je heen ging toen je daar je je boekcover op het scherm zag en je het podium op mocht/moest? 
Op mocht natuurlijk! Toen de top drie in beeld kwam en Aiya’s strijd er tussen stond bestierf ik het zo ongeveer van de zenuwen en tegelijkertijd voelde ik me intens gelukkig. Ik dacht, wat hebben er veel mensen op me gestemd, en waar zal dit eindigen?

Wat heb je na de Awardshow gedaan? Hoe zag jouw zondagavond eruit? 
Ik ben heerlijk met mijn ouders en vriend uit eten gegaan. Natuurlijk hebben we op mijn Award geproost met een glas bubbels. Het liefst wilde ik het aan iedereen in het restaurant vertellen. Dat heb ik natuurlijk niet gedaan, maar het is een gek gevoel van extase. Maandag leek het onwerkelijk en pas dinsdag drong het echt tot me door, toen een van mijn role-playing game vrienden grapte dat hij nu met een ‘award winning author’ in de groep speelde. Mijn eerste gedachte was, ja dat is wel heel cool en pas daarna, o jee dat ben ik. Wow, dat ben ik.

Hoe ben je met schrijven begonnen en hoe is dit boek tot stand gekomen? 
Ik ben zo iemand die als kind al allerlei personages en verhalen verzon. Toch heeft het schrijven van Aiya’s Strijd nog lang op zich laten wachten. Ik liep al een tijdje met het idee rond. Ik wilde een verhaal schrijven dat zou laten zien dat goed en kwaad afhankelijk is van ‘the eye of the beholder’, en ook een personage dat een persoonlijke strijd, een transitie zou doormaken. Vanaf de een op de andere dag besloot ik er aan te beginnen. Ik ben er voor gaan zitten en kon niet meer stoppen. Aiya en heer Vicor waren meteen heel duidelijk aanwezig, ze drukten een stempel op het verhaal. Aanvankelijk wilde ik het epischer maken, maar ik merkte dat de kracht van Aiya’s Strijd juist zit in het kleine en persoonlijke. Ook merkte ik al schrijvend dat ik mijn eigen ervaringen die ik had opgedaan tijdens een onderzoek in Zuid-Amerika aan het verwerken was. Ik was nog maar net, of eigenlijk nog niet helemaal , klaar toen de deadline voor de manuscriptenwedstrijd van Luitingh sloot. Ik twijfelde of het al goed genoeg was om mee te doen, maar behaalde met de allereerste ruwe versie van mijn manuscript gelijk de longlist waardoor ik een contract kreeg bij Zilverbron. Ik ben heel blij dat ik de stap gezet heb.

Wat betekent Aiya’s Strijd voor jou?
Wat een moeilijke vraag. Tijdens het schrijven was Aiya’s Strijd alles voor me en ik moet mijn vrienden er tot vervelens toe over verteld hebben. Ik ademde Aiya, ik vroeg me bij bijna alles af hoe mijn personages dat zouden doen en in die zin namen ze mijn leven tijdelijk over. Tegelijkertijd had ik het gevoel, en dat was al vanaf de eerste pagina, dat ik in het schrijven mijn bestemming had gevonden. Ik had al zoveel gedaan; antropologie gestudeerd, een dansopleiding gedaan, een coachopleiding, en zelfs een blauwe maandag de kunstacademie. In het schrijven vond ik eindelijk een rust die ik eerder niet kende. Ik vond en vind het heerlijk. Voor elke schrijver is zijn of haar boek een beetje een kindje, zeker een debuut, en dat is voor mij niet anders. Aiya’s Strijd zal altijd bijzonder voor me blijven en hopelijk ook voor de lezers. Daarbij hoop ik ook dat Aiya’s Strijd niet alleen een eerste stap op het schrijverspad is, maar dat er nog vele zullen volgen.

Denk je nu anders over je schrijverscarrière dan voor het winnen van de Hebban Fantasy Awards? Je hebt immers op hetzelfde podium gestaan als Esther Verhoef en andere groten en je hebt een van de allereerste Hebban Fantasy Awards in handen. Hoe voelt dat?
Dat voelt fantastisch! Wat een eer. Het dringt langzamerhand tot me door dat dit eigenlijk heel erg ‘cool’ is. Het geeft een enorme boost en ik ga hierdoor met meer vertrouwen verder schrijven. Ik had dit nooit kunnen denken. Natuurlijk hoop ik dat hierdoor nieuwe deuren opengaan. Ik maak er geen geheim van dat ik droom van een Engelse vertaling. Wie weet lukt het ooit. Deze Award haalt die droom wellicht een beetje dichterbij. Natuurlijk ga ik nu gewoon weer door met schrijven, dat is inderdaad de realiteit. Deze week doe ik dat met een brede grijns op mijn gezicht. Maar mijn verhalen zullen er niet door veranderen. Ik wil maatschappijkritisch schrijven en dicht op de personages blijven zitten. Maar wie weet denk ik daar over een paar jaar heel anders over.

Wat komt er na Aiya’s Strijd? Ben je al met een manuscript of verhaal bezig? Is het een vervolg?
Er borrelt van alles. Ik ben inderdaad met een vervolg bezig maar heb dat even aan de kant gezet voor een ander verhaal dat nu mijn aandacht vraagt. Uiteraard draait ook dit weer om een maatschappelijk thema. Ik hou van maatschappijsystemen en de onmogelijkheid om iets perfects te creëren.

Wie zijn jouw favoriete auteurs en boeken? Waar haal je inspiratie vandaan?
Ik hou van boeken die me mee sleuren, die me ook nog bezighouden als ik andere dingen doe en waar ik nog af en toe in kan verkeren. Ik vind het fijn als boeken mij aan het denken zetten over de maatschappij of over mezelf en de personages moeten rond en goed uitgewerkt zijn, sommige boeken hebben nog iets extra’s. Recentelijk zijn mijn genrefavorieten Patrick Rothfuss en Neil Gaiman. Rothfuss door de muziek die hij in zijn woorden legt, de prachtige metaforen en soms haast mythologische raamvertelling. Ik las hem terwijl ik aan Aiya’s Strijd werkte en had het gevoel dat ik er zelf ook beter van ging schrijven. Neil Gaimans Sandman veroverde mijn hart door zijn fantastische personages. Zowel de sympathieke Dead als de getergde Dream zijn prachtig uitgewerkt. Terecht wordt het literaire fantasy genoemd. Hij is ook een voorbeeld omdat hij genregrenzen overstijgt. Om ook wat vrouwen te noemen, Robin Hobb heeft me ooit tot de fantasy verleid. Ze schept een rijke wereld waarin je ondanks de narigheid wilt wonen. Ook ‘de Bezieling’ van Fiona McIntosh heeft me ooit geraakt. George Martins kracht zit hem in het epische grote verhaal waar elke familie, en elk afzonderlijk lid daarvan, eigen motieven heeft. Hij laat net zoals ik dat heb geprobeerd zien dat elke strijd meerder kanten heeft. Waar hij het groots maakt heb ik het juist klein willen houden. Ik heb een enorm ontzag voor zijn epos en wacht met smart op zowel de nieuwe Rothfuss als de nieuwe Martin die allebei deze maand zullen verschijnen (red. respectievelijk The Slow Regard of Silent Things en The World of Ice and Fire, an Untold History of Westeros and the Game of Thrones). Ondertussen ga ik wellicht de nieuwe Robin Hobb lezen en Heksenwaan natuurlijk. Mijn inspiratie komt op de gekste momenten, ik kan het niet opzoeken. Vorige week liep ik bijvoorbeeld op een oorlogsmonument van de eerste wereldoorlog in Vimy (Frankrijk). Ik weet daar niet zo veel van en ging mee omdat mijn vriend dat graag wilde. Onverwacht triggerde het me enorm en dan wil ik daar van alles mee. Soms kan het ook een enkele uitspraak zijn of een blik van iemand. Uiteraard lees ik veel, kijk ik veel series en films en daag ik mezelf uit mijn grenzen te beproeven en intens te leven. Maar wanneer iets me creatief raakt is niet te voorspellen.

Heb je een gouden tip voor een beginnende schrijver die net zo knallend wil debuteren als jij? 
Lees zoveel als je kunt en als iets je raakt onderzoek dan waardoor dat komt, leer van anderen. Wees niet te bang om je werk al in een vroeg stadium te laten lezen en luister naar de kritieken. Dat kan je enorm helpen en je ook creatief inspireren. Dwing jezelf ook om door te schrijven en luister naar je personages, maak ze echt. Leer de ongeschreven regels van het schrijven, gebruik ze waar ze je helpen en durf ze te overtreden als het beter voelt. En misschien nog belangrijker; volg je hart, als je voelt dat iets werkt en je hart gaat er sneller van kloppen laat je dan door niemand tegenhouden.

HEBBAN.NL

Interview van Fantasyboeken.org

Jolien Tonnon: “Ik wil mensen uitdagen”

Foto: Herman KleinJan

Zo’n vijf maanden geleden debuteerde Jolien Tonnon met Aiya’s Strijd, een politieke thriller in fantasy-setting waarin de grenzen tussen goed en slecht vervagen en het hoofdpersonage voor de moeilijke keuze wordt geplaatst wat rechtvaardigheid is. Het boek werd goed ontvangen en is genomineerd voor de Hebbans Fantasyboek van het Jaar 2014 – verkiezing. Fantasyboeken.org sprak met Jolien Tonnon over de eerste stappen in het schrijversvak.

Heb je al veel reacties gehad op je nominatie? Ik ben zelf erg blij met de nominatie! Ik heb ook heel veel reacties gehad op Aiya’s Strijd, veel mensen vragen om een vervolg en sommigen geven zelfs suggesties. Anderen willen het vertaald zien of hopen dat het verfilmd wordt. Dat is natuurlijk heel erg leuk. Ik had me van te voren voorbereid op veel kritiek, het is toch mijn eerste boek en je zit er zelf zo lang zo dicht op dat je het bijna niet meer kan beoordelen. De reacties zijn tot nu toe uitgesproken positief: van lezers, maar ook van andere schrijvers en recensenten. Dat is geweldig. De enige kritiek die ik heb gehad is van lezers die het soms een beetje te spannend vonden, waardoor ze niet konden stoppen met lezen tot ze het uit hadden. Ik was me er niet van bewust dat je zelf je boek moet promoten, ik dacht dat dat veel meer bij de uitgever lag. Dat is een heel ander vak dan het schrijven en vraagt andere kwaliteiten. Dat vind ik soms lastig. Hoewel ik heel enthousiast kan zijn over boeken die ik gelezen heb en die aan iedereen aanraad, voelt het een beetje arrogant om mijn eigen boek aan te raden. Ik weet ook nooit zo goed of ik mijn eigen boek op een verjaardag cadeau kan geven, tot nu toe heb ik dat nog niet gedaan.

In Aiya’s Strijd krijgt je hoofdpersonage te maken met een situatie waarin goed en kwaad minder zwart en wit blijken te zijn dan gedacht. Wat dreef jou ertoe om dit boek te schrijven? Het is een onderwerp dat me al langer bezighoudt. Mijn onderzoek in Chili, waarbij we vele slachtoffers van de dictatuur spraken droeg eraan bij. Naar mijn mening kun je de ander alleen maar kwaad doen als je die ander niet meer als mens ziet. Dat zie je vaak gebeuren in etnische conflicten; de ander wordt gedemoniseerd en mag daarom van alles worden aangedaan. Helaas gebeurt dit vandaag steeds meer. Men ziet de ander als ‘de as van het kwaad’ maar realiseert zich niet hoe dat zo gekomen is. Dit gaat over en weer en hierdoor kan een conflict escaleren. Natuurlijk spelen er veel meer factoren in een conflict, maar ik wil mensen uitdagen om steeds hun eigen standpunten kritisch te bekijken en onder de loep te nemen. Dat geldt ook voor kleine conflicten, dus ook als die ander je buurman is of een mede weggebruiker.

Aiya’s Strijd is uitgegeven als fantasyboek, hoewel de fantastische elementen eigenlijk vrij minimaal zijn. Wat vind jij dat de fantasy setting toevoegt aan je boek? Fantasy maakt het onpartijdig en daarmee is het misschien een veilige keuze. Ik benoem geen specifiek conflict. Daarbij prikkelt fantasy mijn creativiteit en fantasie meer. Het geeft ook meer kleur aan het verhaal. Aiya’s Strijd is in eerste instantie een spannend verhaal waarbij je Aiya’s interne conflicten van dichtbij meemaakt, maar er zit ook politiek in verweven, omdat ik die thematiek zelf erg interessant vind. Soms denk ik dat Aiya’s Strijd ook een fictie verhaal had kunnen zijn, maar het fantasy element voegt voor mij echt iets toe. Het is een gevoel, een sfeer en het maakt de wereld waarover ik schrijf voor mij, tijdens het schrijven, prettig om ‘in te wonen.’ Hoewel er wel politieke en zeker psychologische elementen in Aiya’s Strijd zitten, wilde ik niet een te zwaar boek schrijven. Ik wilde geen wetenschappelijke of filosofische verhandeling over goed en kwaad, als ik dat had gewild dan was het een heel ander boek geworden. Ik vind wel dat je iets mag leren van boeken en dat je als schrijver wel iets uit mag dragen over de maatschappij of diepere thema’s, maar fantasyromans zijn toch grotendeels voor ontspanning om even te ontsnappen uit het dagelijks leven. Voor ik begon met schrijven heb ik nagedacht over wat ik wilde zeggen, wat de premisse moest zijn. Daarna heb ik dat, hoewel het een leidraad blijft, ook weer losgelaten. Ik werd al snel het personage Aiya ingezogen. Ik wilde haar als persoon kunnen doorgronden en heb me steeds af gevraagd wat ik zelf in zo’n situatie zou doen. Ze moest echt zijn, ze moest ademen en voor mij heeft ze dat vanaf het begin gedaan. Dat geldt natuurlijk ook voor de andere personages. Geen van hen zijn alleen maar namen, ze hebben allemaal een uitgewerkte persoonlijkheid.

Je hebt Ontwikkelingsstudies en Culturele Antropologie gestudeerd en het is duidelijk dat dit zijn invloed heeft gehad op je debuutroman. Waar haal je nog meer inspiratie uit? Uit van alles. Soms uit een songtekst of bepaalde muziek, soms uit het nieuws, soms uit een film. Meestal is het alleen een blik in iemands ogen, of een bepaalde klank die mij activeert, die maakt dat ik meer wil weten over het verhaal. Dan ben ik de film of documentaire die ik kijk allang kwijt en ben ik ondertussen in mijn eigen wereld verzonken. Het is wel altijd een combinatie van opborrelende beelden in mijn hoofd en de emoties die daarbij horen. Schrijven is voor mij emotie, als ik er niets bij voel, dan kan ik het niet.

Fantasy is binnen de Nederlandse literaire wereld nog altijd een ondergeschoven kindje. Waar denk je dat dat door komt? Dat is deels cultureel bepaald. Wij willen een herkenbare wereld. Misschien hebben we ook wel minder fantasie of durven we dat minder uit te spreken. Ik denk dat het deels door onze Calvinistische achtergrond komt. In het Engelse taalgebied is dat heel anders, daar wordt fantasy wel degelijk als literatuur gezien. Niemand hoeft daar overtuigd te worden dat het werk van Tolkien literatuur is. Ondanks dat fantasy in de Nederlandse literatuur niet erg serieus wordt genomen, denk ik dat het op veel punten verder gaat dan gewone fictie. Het prikkelt de fantasie en spreekt tot de verbeelding. Daarbij legt het paralellen met de echte wereld, zonder ze te benoemen. Fantasy maakt vaak iets episch van behoeften die we allemaal hebben. Wel is vanuit het lezerspubliek een omslag nodig. Veel jonge mensen willen alleen Engelstalige fantasy lezen. Soms hoor ik wel eens mensen vragen wanneer mijn boek vertaald wordt zodat ze het in het Engels kunnen lezen: er wordt dan vaak vergeten dat Nederlands in dit geval de oorspronkelijke taal is.

Wat mogen we in de toekomst nog van jou verwachten? Er komt waarschijnlijk wel een vervolg op Aiya’s Strijd, maar dan vanuit een ander personage. Daarnaast ben ik bezig met een SF- en een fictie verhaal, omdat ik het spannend vind nieuwe genres uit te proberen. Maar ook fantasy zal ik altijd blijven schrijven, daar ligt een groot deel van mijn passie als schrijver. Jullie zullen in ieder geval nog meer van me horen, ik ben nog lang niet uitgeschreven!

Aiya's Strijd

 

TV NIJMEGEN N1 – Interview met Jolien Tonnon over haar boek Aiya’s Strijd.

Mijn item begint begint op minuut 5:06! Link naar de uitzending http://www.n1.nl/n1-nieuws/tvgemist/item?iTHE4vz4COoBVYJqo59oAg=%3D

channels4_banner

TV NIJMEGEN N1 – Interview met Jolien Tonnon over haar boek Aiya’s Strijd.

Woensdag 24 september, Nieuwsuitzending, elk uur.

Jolien Tonnon uit Nijmegen Oost is met haar debuut ‘Aiya’s Strijd’ door de boekencommunity Hebban genomineerd voor de Beste Fantasyboeken van het Jaar-verkiezing. Haar naam prijkt in een lijst van 75 fantasy schrijvers naast gerenommeerde namen als Terry Brooks, Tad Williams, George R.R. Martin en Peter Schaap. Jolien studeerde af in culturele antropologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en een studiereis naar Zuid-Amerika inspireerde haar tot het schrijven van Aiya’s Strijd. Zij behaalde hiermee in 2013 al de longlist van de Luitingh fantasy manuscriptenwedstrijd 2013. Aiya’s Strijd is in april 2014 verschenen. Het verhaal gaat over Aiya, die opgroeit bij vrijheidsstrijders die hun land van het juk van grootheer Vicor willen bevrijden. Wanneer Aiya ziet hoe haar geliefde op gruwelijke wijze door Vicors soldaten wordt afgeslacht, zweert ze wraak. Aiya’s Strijd kan het best geclassificeerd worden als een psychologische thriller in een fantasy setting. Zet Nijmegen op fantasykaart en stem op Aiya’s Strijd

 Interview in Dagblad Kennemerland

20140603_092633 leesbaar zonder foto kleiner

20140603_092642 rest leesbaar rechts kleiner20140603_092642 rest leesbaar links kleiner

Interview weekblad De Kennemer / Zondagskrant

Ikrant 1 gesneden

Pag. 5

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *